In het voorjaar van 1997 heb ik met Kees Oosterhof, ome Kees, een intervieuw gehad over zijn levensloop. In die tijd kwamen wij regelmatig bij tante Geer en ome Kees over de vloer. Ome Kees kon altijd zeer boeiend vertellen over de voorvallen uit zijn leven en die ook met grote humor voor het voetlicht brengen. En zo is het gekomen. Ik vind het heel leuk om dit verhaal van hem, dat hij zelf heeft opgeschreven hier op mijn website neer te zetten. Ik hoop dat jullie er wat aan hebben. Het is ook zeker een beetje een  historisch verslag omdat er veel lotgevallen uit de oorlog in voorkomen, die het gezin van opa en oma Oosterhof zo hebben geraakt.

 

Conelis Oosterhof, geboren 8 januari 1931 te Smilde Drenthe. Verslag door hem zelf opgete­kend medio voorjaar 1997.

Mijn leven is begonnen in het armelijke Drenthe! En toen ik drie maanden oud was is mijn vader Jan Oosterhof naar Texel vertrokken om op het eiland te gaan werken bij de boer Dhr. C. de Lugt hoeve Paddang. Voor die tijd een hele onderneming. Het schamele huisraad werd ingeladen in de vrachtauto vervoerd naar Harlingen ingescheept en naar Texel met veel wind een boot een z.g. klipper die vrachtdiensten onderhielden met de Waddeneilanden. Vader en moeder en vijf kinderen de oudste gestorven en is ook maar enkele weken oud geworden de ziekte was toen niet bekend. Vader vertelde veel later dat de buren huilden we zien ze nooit meer terug, ze gaan emigreren, helemaal naar Texel.

Zo begon vader Oosterhof met z’n zesendertigste jaar opnieuw in een klein landarbeidershuisje in het dreefje bij Paddang. De baas de heer Breesnee was ook niet zo’n beste maar daar weet ik eigenlijk niet zoveel vanaf omreden dat ik nog klein was en later Geert van Hoorn kende die voor mijn gevoel niks menselijks had maar dat kwam ook wel door de omstandigheid, lage lonen lange dagen. Die tijd is voor een gezin zoals het onze zwaar geweest het minst of gering­ste werd je ontslagen voor jou tien anderen. Een voorbeeld van wat vader uit die tijd aan ons vertelde. Twee mannen die er werkten kwamen op zaterdagavond naar de boerderij om een hakkers in de schuur te zetten want ze waren klaar gekomen op die akker, net klaar dat kan zei van Hoorn of niet goed gedaan of niks gedaan jullie hoeven maandag niet weer te komen. En ze beurden hun schamele loon fl. 7,65.

Geen wonder dat ik in de krib op het voeteneind van de bedstee zong, maar eenmaal komt de tijd dat we de rotzooi gaan verlaten vervloekt zij het regiment voor duizenden soldaten. Wat wil je later worden, Harm die een paar jaar ouder was als ik zei werkeloos of militair. Wat ik me nog het beste herinner is dat van Hoorn ons hondje dood schoot die volgens hem achter de schapen aan had gezeten.

Vader is een paar jaar later naar madura de heer Witte gaan werken, loon fl. 13,65 werkelijk een verbetering van fl. 2,50. Witte die schatrijk was gaf een gulden meer als de andere boeren in de omtrek. Halfvijf beginnen zeven uur s ’avonds weer thuis we zagen vader enkel op zondag. Witte was trouwens een duivel in mensengedaante, Toen broer Hendrik die wel eens in de stal hielp een koe per ongeluk in de poot stak met de vork werd hij naar huis getrapt.  En Maarten Witte trapte alle melkgerei in mekaar toen vader vroeg wat doet u nou zei hij niet lullen zijn toch mijn spullen.

Ik heb zelf goede herinneringen vooral aan mevrouw Witte die ze blauwe Nel noemden. Ze leeft nog. Ik mocht vaak komen eten en met sinterklaas mochten Mientje en ik een mand zetten bij de schoorsteen bij de Wittes die dan rijkelijk gevuld werd met van alles, ze hadden zelf geen kinderen dat zal wel meegespeeld hebben. Ik weet niet waarom vader eigenlijk weg gegaan is van Madura naar Bland en Berg Ab Dros. We hebben bij Madura nog wel een woningruil gedaan om dat van Liere en van Houten niet op konden schieten en wij dus naast van Houten kwamen en dat ging wel goed.

Vroeger had je op de boerderij een z.g. hoofdknecht en dat was bij Witte van Liere en volgens mij heb ik vader horen zeggen dat het een verdommeling was misschien was dat de oorzaak. Bij Madura hadden wij als kinderen minder vriendjes we moesten ons zelf vermaken. Ondanks lage inkomen van vader heeft moeder altijd goed voor ons gezorgd er was altijd wel speelgoed, opgespaard van jumbobonnen die ze bij de kruidenier kreeg. De schuld die moeder Oosterhof heeft gehad bij Arie Timmer was fl. 80,- geen klein bedrag in die tijd het is bij beetjes afgelost.

  1. 2. Verhuizen naar Bland en berg 1939 vlak voor den oorlog.

We kwamen te wonen naast Piet Zegers die ook een flink gezin hadden nooit ruzie hadden en niet zo schoon waren. Ik weet ook wel dat iedereen stonk in die tijd en dan ruik je elkaar niet. Ik heb goede herinneringen aan de tijd bij Dros Bland en Berg waar veel kinderen waren om te spelen en kattekwaad te doen. Dros kon veel van kinderen hebben, we mochten altijd in de schuur spelen met zijn allen. Op een zondagmiddag hebben we alle draineerbuizen kapot gegooid honderden, Dros zei kinderen dat is ondeugend en daar bleef het bij. De oorlogsdrei­ging ging aan ons kinderen voorbij in die zin dat we geloof ik nog wel spannend vonden. We gingen naar Oosterend naar school met de Bijbel ik heb daar twee jaar school gegaan. Ik herinner mij dat er een loopgraaf achter de school was in opdracht van de gemeente Texel om bij luchtaanvallen te kunnen schuilen dus vanzelf af en toe oefenden wij met zijn allen geweldig spannend. En buurman Zegers die op moest komen als soldaat naar de Grebbeberg. De N.S.B.  roerde zich in die dagen geweldig ze verwachten alle heil van Adolf Hitler die voor de werklo­zen zou zorgen en een duizendjarig rijk zou verwezenlijken. Ook het vliegveld Flijt stond onder leiding van een NSB kapitein Zegers die de vliegtuigen bij de boeren in het land zette zonder afdekking glimmend in de zon, later verklaarde Duitse piloten dat ze de vliegtuigen zagen toen ze boven Vlieland vlogen. Ze zijn allemaal in rook opgegaan de eerste dag van de oorlog. De morgen van de tiende mei 1940 vielen en de Duitsers ons land binnen. Er vlogen in die vroege morgen veel vliegtuigen over van de vijand, Sieme van Heerwaarden onze over­buurman kwam ons waarschuwen dat we van de weg moesten gaan als we niet dood wilden. ‘T was oorlog en  groepjes op de weg was levensgevaarlijk. Op het vliegveld was brand, bij een luchtaanval was een T5 van ons in de brand geschoten, later hoorden wij dat de soldaat die bij het toestel op wacht stond in paniek naar de duinen was gevlucht. Die zelfde dag werden dus ook de andere vliegtuigen die in het land bij de boeren stonden vernield. Wij gingen niet naar school dat werd afgeraden. De radio gaf voortdurend berichten door vooral over de grote vorderingen van het goed bewapende   Duitse leger. De Nederlandse soldaat heeft goed gevochten maar met zo’n overmacht kon je het wel vergeten. Na het bombardement op Rotterdam en de dreiging om met andere steden hetzelfde te doen is na vijf dagen de strijd beslist met veel doden aan de Duitse kant. Vijf jaar bezetting was ook voor Texel begonnen. Volgens Jo de Graaf, overbuurman van Ab Dros ook landbouwer had een goeie baan voor Prins Bernhard hij kon komen bieten wieden. Streng rooms en dan zo’n praat zij Dros die zelf aan de Duitse kant stond. Ab Dros en Jo de Graaf waren geen vrienden van elkaar. Dros noemde Jo knijpmans dus deden wij dat ook als kinderen. Ab Dros had zijn schuilkelder in de tuin gegraven onder de pereboom afgezet met pakken stro met een dak van zware balken, dacht Dros dat hij met de moeder zijn vrouw veilig was. Toen het op een nacht zwaar regende, Dros sliep elke nacht in de schuilkelder lag hij s’ morgens net de neus tegen de balken vrind zij Dros moeder had een natte kont. Dros zij tegen iedereen vrind. Het is me als kind opgevallen dat Jo de Graaf altijd verse eieren verkocht vooral officieren van de weermacht, maar Dros deed dat absoluut niet. Ik met de buurtkinderen zochten de moffen op want de deelden heerlij­ke zgn. zuurballen uit waar je lang op kon zuigen, vader Oosterhof was er tegen dat we het deden omreden dat de militairen de opdracht hadden de kinderen aan hun kant te krijgen. Het werd al gauw afgeraden om met de bus over Texel te reizen ook voor de kinderen die naar de scholen gingen in Oosterend er stonden altijd twee soldaten op de treeplank van de bus de lucht af te zoeken voor eventuele luchtaanvallen op al wat rijdend was en troepenverplaatsing­en. Vrind zij Dros tegen vader Oosterhof doe die kinderen hier in Eierland naar School want je krijgt de jongens nog is dood thuis. Vader is er niet direct op in gegaan omreden dat meester Visser Hoofd in midden Eierland NSB was en niet zo’n beetje maar later heeft Vader het toch maar gedaan. We hoorden als kinderen wel is over verzet praten maar dat is in die tijd vooral in het begin niet tot ons doorgedrongen. We woonden dus op het huisje Bland en Berg naast buurvrouw Zagers: Piet haar man kwam maar niet terug van het front, ze waren bang dat hij gesneuveld was, hij is gewond gevangen genomen en in Duitsland in een militair hospitaal opgenomen en veel later vrijgelaten als de andere soldaten van ons leger hij kwam mager nog wel in uniform lopend thuis en we dachten een geest te zien, de helm was helemaal glad van de afgeketste kogels, hij heeft nooit willen vertellen wat hij op de Grebbeberg meegemaakt heeft ook niet aan zijn vrouw Maartje. Hij heeft bij ons thuis gezegd toen zijn beste dienstkameraad sneuvelde hij niets meer zag en op alles schoot wat maar bewoog. Vader Oosterhof had in de eerste wereld oorlog 43 maanden gediend een de Duitse grens en wist van zoeklichten kanon­nen enz. Een paar Duitse arbeiders die bij Dros in een schuurtje bivak hadden en de eerste dagen van de oorlog niet wisten wat hen overkwam en ongelofelijk bang waren rammelden in de nacht aan de deur, Oosterhof kom uit bed er is allemaal licht in de lucht kom gauw!. Ga naar je nest zij vader, gewoon zoeklichten om de vliegtuigen op te sporen. Toen wisten dat Eb van der Wijde zo bang was gingen we als het donker was de kluitjes tegen de boet gooien. Eb kwam in de onderbroek naar buiten dacht dat hij beschoten was wij lagen in de bosjes en vader kalmeerde Eb weer wat maar wist niet dat zijn eigen zoon zo stout was. Eb en zijn vriendin Dine waren aan het wieden toen plotseling een luchtaanval gedaan werd op het vliegveld Vlijt, greep Eb zijn vriendin bij de kladden sleepte haar naar de sloot kagen plat in het water en hield het hoofd van zijn vriendin onder water. Later zij Eb, “mijn Dine deuk als een eentien”.

Eb was na de oorlog evangelist, hij stond tussen de gasten op het stand te brullen, bekeerd u allen, heden ten dage en God zal in u hart zijn, veel meer wist Eb niet.

De vrijgezel Roelof Veldman die ook bij Dros werkte woonde ook in het boetje, Roelof is later getrouwd met Mientje Barhorst zeventien jaar oud. Roelof was toen dertig jaar. De oorlog heeft voor Roelof Veldman de gevangenis De Weteringschans in Amsterdam opgeleverd. Er was n.l. graan gestolen bij de Ridder op Duinoord en de dorsmachine stond op het erf van Ab Dros. Op dat moment werd er een buurtonderzoek gedaan door de Duitsers en de Nederlandse politie. De Duitsers lieten de politie, wachtmeester van Dijk, het werk doen en bleven zelf buiten wachten. Van Dijk heeft niets gezien, we hadden wel graan op zolder. Ze vroegen aan Ab Dros, mist u ook graan! Geen korrel vrind zij Dros. Roelof Veldman had die nacht vijftig kilo rogge gestolen bij Dros en toen ze bij hem aan de deur kwamen zie van Dijk tegen Roelof zijn vrouw: “U heeft ook zeker geen graan in huis?”, ze was zo bang dat ze in haar onschuld zij, ja mijn man heeft rogge gestolen. Ze verraadde dus haar eigen man uit angst. Roelof werd die middag opgehaald door de grenspolitie, die hem dus naar Amsterdam bracht. Drie maanden cel voor wat rogge en bovendien een zeer slechte behandeling door de moffen, toen Roelof terug keerde uit de cel was hij heel mager. Roelof is toen ondergedoken want de moffen hadden hem verzekerd dood te schieten als hij zich weer vergreep aan een ander zijn spullen.

Het erge van dat graan geval was, dat bij de Ridder geen graan gestolen was, maar ze hadden zelf graan verruild voor nieuwe meubelen, en hadden dus vals aangifte gedaan. Zodoende is het voor Veldman fataal geworden.

De oorlog heb ik als kind spannend gevonden omreden dat er alle dagen wel weer wat anders gebeurde. De moffen gingen de weilanden vorderen voor de plaggen om bunkers te bedekken, daarvoor werden spoorrails aangelegd voor de werktreintjes die de plaggen die gestoken werden door de arbeiders die vrijwillig zich aanboden. Ook van Texel, ook onze buurjongens van de werkbare leeftijd, je kon goed verdienen als was het geld weinig waard. Voor ons schooljongens Kasie, Sieme van Heerwaarden en ik altijd bezig sloegen s’avonds gauw houten keggen tussen de wissels zodat de volgende morgen de eerste locomotief ontspoorde en op z’n kop in het weiland terecht kwam, arbeider blij, lekker warmen bij het vuur in de ton. Ze moesten toch wachten tot de zaak weer op het spoor stond. Grote gein, behalve voor de omwoners die bang waren voor vergelding, maar dat viel gelukkig mee. Later werden de rails opgeruimd en waren weer anderen boeren aan de beurt, jammer vonden we dat. Onder de duinen bij de slufterweg werden barakken gebouwd voor de weermacht, een hele lange rij, afgedekt met grauwe netten om de Engelsen niet wijzer te maken. Op het vliegveld werden twee houten vliegtuigen neer gezet om de Engelse piloten te misleiden en een aanval uit te lokken, en dat gebeurde. Een Engelse bommenwerper wierp vier houten bommen op de vliegtuigen. Later was voor de verboden Engelse zender dat bij houten vliegtuigen houten bommen hoorden. Op het vliegveld stonden stapels briketten bestemd voor de treintjes,   werden s’nachts gestolen om de kachel mee te stoken. Wij als kidneren hoorden dat wel, maar hebben daar niet aan deel genomen. De moffen hebben daar ook weinig drukte over gemaakt.

De winter van 1947 was erg streng met veel sneeuw weer zo’n mooie gelgenheid om de moffen de poot dwars te zetten. We woonden toen al in het huisje Duinoord, gehuurd van de Ridder om dat er wat meer ruimte inzat. Voor het huis was de weg helemaal dicht gestoven. Duitse vrachtwagens zaten telkens vast, ze werden door enekel soldaten weer uit gespit. Ze waren nog niet ver weg, dan gooiden wij als de mieter de boel weer dicht en wachten op de volgende die prompt weer vast kwam te zitten. Een mooie sport in oorlogstijd. Heining-palen stelen in de nacht samen met Mientje Veldman, de branderij voor de kachtel werd steeds minder in de oorlog. We bedachten van alles en als het donker was en de vliegtuigen richjting Duitsland vlogen liepen Mientje en ik de weilnaden in om heiningpalen uit de grond te trekken, op het land van Dros en het land van van Egmond. We zochten de creaosootpalen uit diebran­den lekker niet zo goed voor de schoorsteen. Vrind zei Dros, Mina licht onder stoom, zo rookten die palen door de teer, twatren Dros zijn eigen palen. Spertijd was acht uur s’avonds , binnen blijven goed uitkijken ook mnet palen stelen, ik heb wel gehad dat ik net binnen was er Duitsers langs kwamen, altijs spannend telkens wat anders.

De Russen kwamen op het eiland en werden gelegerd onder de duinen in barakken. Kaukaziers waren de eersten die zijn niet lang gebleven, toen de Brits Indiers uit Bombay, een pracht van een tijd met Babatie en Kapotcadom en de officieren die altijd bij ons rond hingen. Thee mee namen in ruil voor uiien waar ze wilt van waren. Ze hadden een vreselijke hekel aan de moffen, maar droegen wel de wapens en schoten wel op geallieerde vliegtuigen, maar zoeden in ruil daarvoor een vrij Indie krijgen zonder die vervloekte Engelsen. Ze zijn later vertrokken naar Frankrijk, volgens overlevering zijn allemaal door gekomen. De Georgiers die het langst op Texel verbleven hebben ons eiland de das omgedaan. Toen vader Oosterhof opgepakt werd door de Duitsers heeft een Rus hem naaar den Burg gebracht hijhad makkelijk kunnen vluchten maar die Rus had zijn geweer in aanslag. Vade is in de Hogerstaat vast gezet met veel andere Texellaars waar ik hem met moeder en Mientje mijn zus opzocht. We ware bang voor vader we wisten niet wat de moffen van plan waren. Vader heeft heel zijn leven lasst gehad van zijn rechter lies en daarop heeft een Duitse arts hem afgekeurd voor de Arbeidseinsatz in Assen. Hij mocht niet terug naar ons, maar moest buiten het spergebied buiten Den Helder om dat hij volgens de Burgemeester Rijd de Vries staats gevaarlijk was. We waren ziels blij dat hij Aris Plaatsman uitr Den Burg in Alkmaar terecht kon bij een meelfabrikant Timmerman die wel gedwongen werkte voor de voedselvoorziening van de weermacht. Vader zijn taak was om daar om kinderen die hongering aan de deur belden, wat eten te geven, leuk werk vond vader.



Ik heb me als kind heel kwaad gemaakt op de moffen terwijl eigenlijk de Burgemeester de schuld was van het gebeuren. Vader Oosterhof was s’morgens in de vroegte 5 uur opgepakt, en s’middags heb ik van kwaadheid allemaal stenen op de weg gegooid in de hoop dat die rot moffen dood vielen, maar Kees was bijn gesneuveld als de voorzienigheid niet opgepast had. Ik had de stenen met wollen wanten op de weg gesmeten en toen mijn wanten uitgedaan onbe­wust, de officier die me staande hield zij laat je handen zien, mankeerde niets aan hij was boos en gaf me een klap zo als moffen gewend zijn te doen en raasde zeg tegen je vrienden dat de Duuitse weermacht niet met zich laat spotten. Ben overstuur bij moeder thuis gekomen. Ik vond het soms leuk om in een zijspan van de grenspolitie mee te rijden en dan mocht ik een helm op en dan moest ik groeten en dan brachtenze mij voor de deur bij de Wittes op Hoeve Burst, die bestireven het zowat want ze hadden veel onderduikers op het erf, stom vanzelf maar wist ik veel. Op school was het met die NSB meester niet zo goed en bleeven vaak thuuis die lamstaal van een meester probeerde de kinderen aan zijn zijde te krijgen. Fijtje van Egma­ond de moeder van Hilly Oosterhof zij, meester heeft u het gehoord vannacht wat bedoel je Fijtje nou u zei gisteren hebben jullie de Duitse vliegtuigen gehoord op weg naar Engeland die kwamen vannacht weer terug, dol was meester Visser dan. Alle dagen ging er een meid lopend van Cocksdorp naar het vliegveld om daar aardappelen te schillen voor de moffen. We h adden met zijn drieen afgesproken achter elkaar aan te lopen en als ze dan naast ons was moffemeid te roepen, en dat gebeurde maar ze greep mij bij mijn kladden gaf me een ¨pets voor de kop en   pakte me oude klompen af die ik zo slecht kon missen, maar buurjongen Siem van Heerwaar­den die een jaar ouder was als ik greep haar en zij hier die klompen en als je het lef hebt omwat tegen je moffenvrienden te zeggen duw ik je morgen met je kop in de blauwe modder en sodemieter nou maar op. Gevaarlijk? Ik heb het niet aan moeder verteld wamt die had in die tijd moeilijkheden genoeg vader weg de ander jongen ondergedoken Harm naar Assen ze leed erg aan haar maag. Ik zorgde altijd dat moeder hout had om te koken ik ging het stelen op het vliegveld dat aan deze kant niet bewaakt was door militairen zodoende ben ik er op een keer na telkens door geglip, aangehouden door een ambtenaar van de organisatie TOT die zou wel is even thuis komen kijken, dat is gelukkig niet gebeurd opnieuw paniek in de tent. Ikwas op een keer onder de duinen bij de Duitse barakken en zag in een arbeidershuisje wat nog bij hoeve Dordrecht staat in de slaapkamer een nachtkastje staan. Het huis was gevorderd voor Duitse officieren ik dacht dat ga ik er uit stelen op een dag, een nachtkastje met marmer blad echt lux. Ik heb bij Ab Dros een z.g.n. hooizak waar ze normaal schapen mee hooi brachten uit de schuur genomen, naar het huisje toe gewacht tot de vier militairen weg waren, ik heb minstens eeniir in de slootwal liggen wachten en toen heb ik het kastje door het open geschoven slaap­kamer raan gehaald in de hooizak die zijn lekker groot, eerst het kastje met een vrijs zwaar marmerblad in het graan gesleept en later opgehaald er stond een pispot in die heb ik op bed gegooid. Moeder vond het niet goed ik moest het maar terug brengen dacht ze, dat kon Kees haar uit het hoofd halen. Wat zullen die moffen de pest in hebben gehad maar goed zij hadden het ook gestolen. Er zijn in die dagen en nachten jeel wat bommen naar Duitsland gebracht, en veel viegtuigen keerden niet terug. Ik was een keer in de slufter aan het hout zoeken want ophet vliegveld was op iemand geschoten dus ik durfde ziet zo goed meer. Je mochtr in die dagen eigenlijk niet in de duinen komen maar ik deed het tocht samen met Wim en Sieme van Heerwaarden, en we hadden twee fretten die we dan in een konijnenhol stoppen om een konijntje te verschalken. We hoorden een laagvliegende bommenwerper terug komen uit Duitsland, hij draaide nog op twee motoren en ging toch weer de Noordzee over, maar kwam even later terug en gaf met een noodsein aan te willen landen, maar de Noordbatterij bleef schieten tot ze in zee storten en allemaal verdronken. Ik weet nog dat we als kinderen huilden om dit gebeuren, ze mochten niet meer schieten na de noodseinen. Sieme zei, wel aten van­avond die rotmof van de grenspolitie over de kop slaan met zijn zijspan, ‘s avonds hebben we een vrij dikke tak op de weg gelegd maar over de kop slaan ging niet door. De Duitsers werden grimmig ze grepen vele gauwer naar hun wapen als in de eerste jaren, maar verloren dan ook behoorlijk vooral in Rusland. Vlak voor vader Oosterhof werd opgepakt was er een staking over heel Nederland, vader en de buurman deden ook mee en stonden te praten naast het huis toen een nederlandse politieman een jonge kerel aan kwam fietsen, en vroeg of we niet moesten werken! Nee wij staken, weet u wel heren dat ik het recht heb om u dood te schieten! Neem mij maar eerst zei buurman ik ben de oudtse, de moffenvriend droop af. Het eten op Texel kwam niet direct in gevaar er was graan lie en vlees maar boter en suiker kwamen heel mondjesmaat in de winkels, en in ‘44 helemaal niet meer, maar we kregen elke dag de buik vol al was het dan gerstebrood en olie bij de aardappelen. Het was niet zo lekker maar beter als niets vooral naar de stad gerekend waar in het laatste jaar van den oorlog erg geleden is. We kregen aanzegging dat we het huis moesten verlaten vanwege oefeningen van de Russen samen met de Duitsers te zuiden van de Wageningseweg tot aan de Ruigedijk. Huizen goed afsluiten het nodige meenemen in de vorm van kleren en verder niets.  We gingen naar Pietershoeve voor een kleine week, maar waqt zou er met het huis gebeuren en je spullen, maar eerlijk gezegd er is niets gebeurd. In de hertst van 1944 verboden de moffen om water af te malen in, de watergemalen werden afgesloten en niemand kwam er meer in. Dit was met het oog op luchtlandingen van vreemde troepen. We hadden in Eierland een sloot voor het huis die stond later in de herfsttij zo vol dat het water soms tot aan de weg reikte, de dam was vooral bij donker haast niet te vinden, moeder is een keer naast de dam gelopen kopje onder. Zo gingen we de koude winter tegemoet van 44-45. Het voorjaar van ‘45 was bijzonder mooi zodat we al vroeg het voorjaar buiten zaten. We waren met zijn drieën dus nog thuis, Moeder Mientje en ik. De Duitsers hadden mijn fiets op de z.g. antiplof ingevorderd net zo als alle andere fiets bezitters hun karretje kwijt waren. Ik zei tegen een soldaat je blijft van me fiets af, ik geef de sleutel niet! Maar hij boog het slot om met een tang en zette hem op de auto en liep door naar de buren. Ik p de auto om de fiets er weer af te halen maar dat zag hij, greep mij bij de kladden  en zei wegwezen of ik neem je mee. Geen fiets meer geen radio die al veel eerder gevorderd was. Ik had gelukkig nog flink wat hout in de boet vergaard om te koken. Je kon goed merken dat de Duitsers aan het verliezen waren ze vochten op de verschillende fronten nog taai door zodat veel mensen in de grote steden stierven van de honger. De avond van de 5e op de 6e april was er s’ avonds veel drukte op de postweg allemaal Russen die wel dronken leken en zelfs tot grote schrik in de lucht schoten. De russen opstand is in die nacht begonnen, maar dat merkten wij pas later die morgen van de 6e april. Het eerste wat ik gezien heb is een luxe auto met Russen erin en een rood wit blauwe vlag over de motorkap en ze schoten in de lucht en riepen in het Duits Texel is vrij. Jo de Graaf vertelde toen hij achter op zijn land was dat de Russen dooie Duitsers met het hoofd door het zand sleepten en ze begroeven in een massagraf, Dros zei Jo de Graaf is bebliksemd vrind, maart was wel de waarheid. Er is die nacht niet geschoten omrede dat de meeste Duitsers met het mes zijn vermoord zijn. In diezelfde nacht is overbuurman Piet Zegers uit het bed gerammeld door een zwaar gewonde Duitser die gaf buurman het bevel hem direct naar de Noordbatterij te brengen niet over de weg maar dwars door het land in donker met een zwaar gewonde soldaat. Burman zei later ik had hem zo door kunnen maken maar ik kon het niet. Ze zijn daar aan gekomen de soldaat vroeg naar de commandant en vertelde dat de Russen in opstand waren en onmiddellijk werden de kanonnen landinwaarts gedraaid en buurman Zegers werd vast gezet. Er waren zeven Russen op de Noordbatterij die geen Duitse dienst hadden genomen de mensen zijn nog dezelfde door geschoten. Buurvrouw Ma bleef alleen nog met haar kinderen achter en hoorde niets van haar man.  De Russen hebben twee batterijen Noord en Zuid batterij niet in handen gekregen. Eerst dacht ik jammer maar later is dat toch veel beter geweest.  Dros verbleef s’ nachts in zijn schuilkelder maar wij bleven gewoon in huis. Het duurde niet lang meer de moffen zetten een tegenaanval in wat al gauw de meeste boerderijen fataal werden. Wij beleefden de eerste paar dagen in Eierland niet zoveels om dat de Russen vooral bij het vliegveld gelegerd waren en de barakken onder de duinen verlaten waren door de Russen en de Duitsers waren daar allemaal omgebracht. Ik ben er naar toe gegaan ment mijn twee buurjongens maar we zijn helemaal in de war weer thuis gekomen het bloed zat tegen de wanden van de barakken.  Toen er een zwaar kanon bij Jo de Graaf op het erf werd gezet zijn we naar het huisje aan deze kant van Madura gegaan waarde fam. Van Bennekom in woonde vader met twee dochters Koos en Marie. In het vroege voorjaar van ‘45 had moeder een Amsterdams jongetje in huis genomen die de hongerwinter daar bijna niet hadden overleefd Cor Smit, later bleken de meeste kinderen NSB ouders te hebben. De Russen opstand is voor Texel slecht geweest, we zijn de dan de Russen ook niet zo dankbaar als sommigen beweren. De opstand nam een andere wending toen de Duitsers met hun batterijen alles kapot gingen schieten wat lso en vast stond. Er werden geen Duitse soldaten in leven gelaten die nog werden gepakt, andersom ook niet. De Duitsers werden versterkt door tropen uit Leeuwarden die via Den Helder aan land werden gebracht. De nachten met al die boerderijen die branden rondom was van ons uit bekeken een mooi gezicht. Toen vrijdags avonds de Russen zich ronds ons gingen in graven wilde ik weg ik was bang broer Harm die net voor de opstand weer thuis was gekomen uit Assen wilde ook naar Oosterende, maar de oude van Bennekom wilde daar niets van weten mond houden hij wist wat goed voor ons was. De nacht verliep rustig, toen ik de volgende morgen uit bed kwam zat een een Rus in de keuken te brood eten levensgevaarlijk was zo iets, maar van Bennekom gaf je een klap met de pet.  Hij had woensdag ervoor een nonnetje gehaald uit De Cocksdorp want de vrouw van Jo de Graaf moest bevallen. Van Bennekom op de fiets om de Non, samen terug fietsend af en toe een kogel die over vloog dan boog het nonnetje het hoofd, toen zei van Bennekom, je kunt je kop er wel net voor buigen. Toen ze bij Jo de Graaf aankwamen lag Dros onder de muur te bibberen en zei ti’s te hopen dat God ons bewaard, dat had je eerder moeten bedenken zei van Bennekom want Dros was van huis uit een spotter. Tijdens de bevalling die in een hok van stropakken gebeurde barste het kanon uit elkaar op tien meter afstand van het stro hok, de bevalling verliep uitstekend een gezond kind en een blijde moeder de Graaf. Moeder zei Kees ik wil het fornuis aanmaken haal even wat hout uit de schuur, ik zag heel wat militairen op de Wageningseweg, bracht het hout naar binnen en zei tegen de Rus die aan tafel zat veel kameraden op de weg, hij liep naar de kamer en begon te schieten! Het was net of de hel losbarstte. Rondom het huis lagen de soldaten te vuren. Een van de Russen die ook naar de voorkamer liep zei dat we plat moesten gaan liggen en dat deden we ook graag, behalve van Bennekom die zat rechtop tegen de schoorsteenmantel. Af en toe rolde eer een kogel van de trap, van Bennekom liep rustig de trap op om het luik te sluiten hij gaf werke­lijk nergens om. We werden een poos later getroffen door een granaat in het dak waarbij een deel van de schoorsteen naar beneden kwam. We zijn toen gevlucht dwars door het land via de duinen achter Madura zo naar Rio Drande. In de duinen buiten het voortdurend schieten om ging moeder op de grond liggen ze kon niet meer, toen pas zagen we dat ze een grote wond aan haar bovenarm had je zag de spier bloot liggen. We moesten verder, waar is Harm vroeg ze, die is achter gebleven samen met van Bennekom die is achter gebleven samen met van Bennekom die zorgt voor hem. We zijn op Rio Grand aangekomen mijn bovenbeen was gewond door een scherf die dwars door een dikke jas was gevlogen die ik op dat moment aan had. Veel later heb ik de scherven uit de jas gehaald die waren blijven steken. Op de tocht van naar Rio Grande zag ik een gewonde Rus zonder gezicht dat was weggeslagen, maar je liep voor je leven. We werden ondergebracht bij fam. De Waard De fam. De Waard had als enige pakken stro voor de ramen tot halfweg. We waren met elf mensen in de kamer toen de opruk­kende Duitsers een handgranaat achter de strobalen gooiden. We zijn toen met zijn allen in de kleine keuken gaan liggen met de vreselijke angst dat een handgranaat ons zou doden, ik was bezorgd voor Moeder die zo’n gapende wond had. Westdorp heeft haar arm en mijn been verbonden. We hebben in die keuken met al die mensen een middag en een nacht gelegen onder voortdurend geweer en kanonvuur. Af en toe ging er een keukendeur open en dan vroeg iemand om hulp om een gewonde of een dode te verzorgen. We mochten zondagsmorgens naar buiten komen van de Duitsers, de Russen hadden zich terug getrokken naar de duinen rond de vuurtoren. De hoofdzakelijk jonge Duitsers waren bang voor de Russen sommigen huilden ze moesten de laatste bolwerk rond de vuurtoren opruimen. We kregen vergunning om met paard en platte wagen via Oosterend naar Den Burg te gaan, een vreselijke tocht een wagen met ijzeren wielen met daarop een man met een verbrijzeld been en andere gewonden wij mochten ook op de wagen Koos van Bennekom had een klein scherfje rechtop in het hoofd staan, laten zitten zei Westdorp die er wat meer van wist heel goed zei Dr. Later. De menner van de wagen was v/d Linde uit Cocksdorp die heel zwart van haar en donker uiterlijk had. Telkens stoppen controle door de Duitsers die dachten dat de bestuurder een Rus was. In het Noorden bij een boerderij kon Barhorst met een verbrijzeld been het niet langer volhouden, er is op de verbrande boerderij een plank gezocht om die nog onder het been te leggen. En zo weer verder naar Oosterend naar Dr. Renout die onze wonden heeft schoon gemaakt er pijnlijk, we zijn toen in bed gestopt bij tante trien een zuster van moeder. We hebben een weekje op bed gelegen om wat bij te komen. Op een middag kwamen er Duitsers boven kijken of er Russen verborgen waren. Dat was bijzonder angstig ze waren uitgerust met zwaarder wapens en handgranaten. Bij moeder was geen spier geraakt zei de Dr. Dus hield ze er geen stijve arm aan over. Bij mij was ook enkel een vlees wonde en genas net als bij moeder vrij snel. We mochten met veertien dagen weer naar Eierland. Ons huis Duinoord was niet getrof­fen, en er was verder geen vernielingen. De soldaten hadden wel de wekflessen met vlees meegenomen. En er was een bajonet door de foto van prins Bernhard en Juliana gehaald, dat hadden de moffen wel gedaan, er waren mensen die de vlag uitstaken maar de plaatselijke veldwachter van de Brink waarschuwde de vlaggers mensen doe dat niet, de Duitsers zijn nog de baas morgen is het pas officieel. Maar de vlaggers maakten hem uit voor NSBer. De vog­lende dag speelde voor de radio het Wilhelmus je stond er voor waar sommige radio’s vandaan kwamen zelfs uit de aardappelkuilen. De z.g. moffenmeiden werden in die week al opgehaald en op het kerkplein kaal geknipt zittend op een wagen ten aanschouwen van een ieder die het wilde zien endat waren er velen. En wij roepen moffenmeidenmeten kaal. Onze buurmeisjes uit Eierland hebben wel drie weken op zolder gezeten bang dat ze ook de haartjes kwijt raakten, ik wist wel dat ze ook met de moffen gegaan hadden maar ik heb maar niets gezegd. We zijn nog wat langer in Oosterend gebleven omrede dat er nog Russen die overgebleven waren af en toe met de Duitsers strijd voerden, Texel wachtte met smart op de bevrijders die maar niet kwamen zodoende werd er er nog vaak geschoten. Nicht Grietje van der Slikke heeft ook de Russenoorlog bij ons mee moeten maken ze was een paar dagen logeren toen het spul begon en ze kon niet meer naar huis. Na de oorlog was vader rap weer thuis, later waren de jongens ook weer thuis. Harm heeft het gelukkig overleefd. Ieder ging weer aan het werk. Tijdens de beschieting en bij onze vlucht zijn al onze dekens gestolen en nog wat sieraden die moeder had geërfd van haar moeder, de dekens zijn terug gekomen de sieraden niet. Politie van Dijk heeft de boel opgespoord.

De buurtjongens en ik vonden allerlei oorlogstuig waar we oorlogje me speelden de vijand waren de jongens van de slufterweg. Ik haalde de gevonden scherpe kogels van de hulzen propte papier boven het kruit en deed ze in een geweer van de moffen het knalde bij het leven. Zo kon het gebeuren dat wij de jongens van de Slufterweg op een afstand konden houden. Ook een spelletje van ons was hulsjes met water vullen bovenaan dicht slaan met de hamer vuurtje stoken hulzen er in die knalden dan uit mekaar wij zochten wel dekking. We hebben een mooie tijd gehad dat jaar na de oorlog. Dros vond het maar niks dat oorlog voeren van ons. Ik moest later vader helpen met vlastrekken en aardappelen rooien bij Dros t’ging in het aangenomen Vader kon wel bijna tot twintig gulden in de week komen dat was veel met aardappelen rooien.

Mijn eerst baas was Hans Barhorst in de Slufterweg een keuterboer, vijf gulden in de week moeder was er blij mee.

Vader Hendrik en ik zijn naar Padang gaan werken en wonen, Fedde bleef liever bij de Wittes op Burst, dat vond mijnheer de Lugt niet zo jofel hij had Fedde ook graag gehad.  Ik ben in 1947 ziek geworden en ik Alkmaar opgenomen in het St. Elisabethziekenhuis 10 weken lang en nog tien weken thuis toen kon ik weer werken maar af en toe kwam het terug en dan was ik weer enkele weken thuis. We wisten niet wat het was we dachten zelf een overblijfsel van de oorlog. Omdat er direct na de oorlog aan alles gebrek was mochten de oorlogsgetroffenen in de Burg komen en het een en ander uit zoeken pannen en potten en kleding vader heeft toen ook zijn slag geslagen. Ik heb achttien jaar bij de Lugt gewerkt, we waren inmiddels getrouwd en hadden twee kinderen en woonden in de Koog. Wij zijn na ons huwelijk bij vader en moeder in gaan wonen, dat is door mekaar goed gegaan. Na enkele jaren van inwonen zijn vader en moeder naar Den Burg gegaan in een huisje aan de Witte Kruislaan. Vader heeft moeder verschillende jaren verpleegd ze leed aan de ziekte van Parkinson. Wij zijn in Eierland bij Paagman blijven wonen hebben een zomerhuisje gebouwd en zijn toen gasten gaan houden Fl. 120 in de week. We konden later Duinoord pachten aan de Bootlaan daar hebben we 7 jaar gasten gehouden in volpension tevens het huisje bij Paagman aangehouden voor gasten. Toen wij in de Koog woonden is de MS ziekte erger geworden ik ben daar toen een jaar thuis geweest dat wilde Dr. Barnard hij zei het landwerk is te zwaar en te koud. Dr. Barnard heeft ons verteld wat ik mankeerde. Ik kreeg de gelegenheid om om te scholen bij Bakker electro­huis op kosten van het GAK dat is prima gegaan. Toen we pas aan de Koog woonden is moeder Oosterhof overleden. Ik heb 13 jaar bij electrohuis gewerkt, toen werd het lopen minder ommrede dat het Hema werd ben ik gestopt met werken, ik heb toen nog wel een verband aangegaan met wat nu heet Audire hoortoestellen. In 1968 hebben we de Koog verlaten en zijn we naar Oosterend verhuist en is Geer beheerster geworden van het dorpshuis de Bijenkorf wat ze dus 28 jaar heeft gedaan. Ik ben zelf op 8 januari 1996 in AOW gegaan, maar blijf nog steeds voor de slechthorenden zorgen.  

Genealogische Homepage Jan Oosterhof Log In